Gidsenkring

Banner

Lezing 1: 'Ogier van Busbeke' - W. Spillebeen


Aansluitend: Nieuwjaarsreceptie voor de aanwezige leden



Over Ogier van Busbeke


Geboren in 1520 of 1521 als bastaardzoon van de Franse kasteelheer Georges Ghiselin, seigneur de Bousbecque. Zijn moeder was de dochter van een herbergier uit Komen. Toch zal zijn vader hem als wettelijk kind erkennen en kwam hij algauw in de hoogste adellijke kringen terecht.


Na studies in Leuven (Drietalencollege) en studieverblijven in Frankrijk , Italië en Engeland werd hij door de latere Habsburgse keizer Ferdinand als diplomaat naar het hof van sultan Suleyman de Grote in Turkije gestuurd. In zijn brieven gaf Busbeke uitvoerig relaas van zijn verblijf in Constantinopel en van zijn reizen door het Ottomaanse Rijk tot voorbij Angora (Ankara), eindigend in Amasya. Hij verzamelde allerlei antieke munten, Byzantijnse en Arabische handschriften. Ontelbaar waren zijn gegevens over fauna en flora.


Ook zijn taalwaarnemingen getuigden van een veelzijdige interesse. Zo ontdekte hij dat het Gotisch van de Krim dicht bij het Nederlands stond. Maar Busbeke is hoofdzakelijk de geschiedenis ingegaan als de man die de tulp in West- Europa heeft geïntroduceerd, naast planten als de paardenkastanje, de gladiool, de sering en de plataan. Samen met zijn vriend, de arts Willem Quackelbeen, verzamelde hij onbekende planten, liet er afbeeldingen van maken en verspreidde zijn bevindingen bij hun geleerde vrienden.


Zeven jaar na zijn dood (1598) werd zijn hart plechtig bijgezet in het mausoleum in de kerk van Bousbecque. Daar werd het 'herontdekt 'in 1932 bij graafwerken in de kerk. Het jaar daarop werd de gerestaureerde loden doos met het hart teruggeplaatst in de kerk van Bousbecque.


Tekst: Fernand Rambour



Over de auteur Willy Spillebeen


Deze bekende Vlaamse auteur met West-Vlaamse roots (geboren te Westrozebeke (1932) en ex- leraar Germaanse talen aan het VTI in Menen) is in onze letteren een echte omnipracticus. Zowel als dichter, romancier ,jeugdauteur en essayist heeft hij zijn sporen verdiend.


In een aantal van zijn laatste werken koos W. Spillebeen duidelijk voor een historisch of historiserend genre. Twee boeken tegen de achtergrond van of duidelijk in de Eerste Wereldoorlog, nl. Gods gouden ogen ( Het einde van een oorlog) (1998) en de historische roman De Heuvel (2002) gesitueerd op het slagveld van Hill 60.


Ook zijn biografie of eerder zijn historische roman rond Ogier van Busbeke met als titel BUSBEKE of DE THUISKOMST (2000) getuigen van deze historische interesse.


Vanuit dit laatste werk zal de auteur een beeld schetsen van de humanistische weetgierigheid, verdraagzaamheid versus onverdraag- zaamheid en machtsmisbruik in de 16de eeuw. Daarvoor brengt hij ons de persoonlijke levensgeschiedenis , breed opgezet en stevig gedocumenteerd, van Ogier van Busbeke.


In zijn boek stelt W. Spillebeen Ogier voor als een oude, vermoeide strijder die op weg is naar zijn thuishaven, maar die nooit zal bereiken. Hij overziet zijn leven, (tijdens zijn laatste 18 dagen) niet echt teleurgesteld maar toch onderhevig aan enig noodlot. Uiteindelijk sterft Ogier in 1591 op het kasteel van St.-Germain bij Cailly( Normandië) op weg naar zijn thuisbasis in Busbeke.